Deflem: “Met goed voetbal kunnen we Mandel kloppen”

dhh8 09 18TempoOverijseWinkelSport 0432

Tempo Overijse trekt vanavond naar KFC Mandel United dat afgelopen week de voetbalwereld opschrikte door Waasland-Beveren uit de nationale beker te wippen. Nochtans doet Overijse er best aan om bij de Beverse killers iets te rapen, want de jongste weken trokken de uitslagen op weinig of niets. Vooral de slotminuten tegen Ronse waarin een 2-0 voorsprong werd weggegeven, blijft op vele magen liggen. Daimy Deflem keert terug uit blessure en heeft ondanks de kritiek veel vertrouwen in zijn team. “Mandel is ongetwijfeld een heel sterke ploeg. Ik heb er vorig jaar tegen gespeeld en daar liepen wel echt een paar beren van kerels rond. De kleinsten onder ons gaan zich nogal verschieten”, lacht Deflem.

“Alles zal afhangen van de manier waarop we die match gaan aanpakken. Niemand binnen onze rangen twijfelt maar één seconde aan ons groot voetballend vermogen. Fysiek moeten we voor geen enkele tegenstander onderdoen, maar een match duurt wel langer dan een speelhelft of in het geval van Ronse ook meer dan negentig minuten. We moeten die concentratie constant bewaren tot het allerlaatste fluitsignaal. Op papier is Mandel de favoriet, maar dit Overijse mag zeker rekenen op een goed resultaat en puntengewin. Dat is geen grootspraak, maar gewoon een sportieve analyse op basis van wat er op training wordt gepresteerd en wat er ook al werd getoond tijdens de matchen zelf. De uitslagen zijn niet om over naar huis te schijven, maar het is aan ons om dat verhaal te herschrijven.”
“Mandel kan je kloppen door simpelweg voetbal te spelen in zo weinig mogelijk tijden. Voetbal hoeft niet altijd een lange bal te zijn, maar kan ook via de grond. Laat de tegenstander werken op zoek naar die bal en dan komen er onvermijdelijk mogelijkheden voor ons.”

Deflem is zelf nog niet zeker dat hij opnieuw in de kern zal staan. “Ik heb meegetraind met de groep en de enkel is prima. Het is aan de coach en de technische staf om nu uit te maken dat ik klaar ben voor het grote werk.”